Deel 2 125 jaar Spoorlijn Herzogenrath – Sittard: Henri Sarolea.

Door: Jo Kobben en Jack Lussenburg                 

Met de komst van Henri Sarolea kreeg Heerlen in 1887 een waterstaatkundige die de stad een spoorwegverbinding en een eerste steenkolenmijn zou geven. Wie was deze man en wat dreef hem?

Henri Sarolea werd op 18 januari 1844 in Maastricht geboren. Zijn vader had daar een winkel in allerhande touwwerk. Daarnaast werden er ook landmeterinstrumenten verkocht en was Henri’s vader ook fabrikant van tafelgerei. Mijnbouw en spoorwegen had Sarolea dus niet van huis uit meegekregen. Pas toen hij in 1873 als landmeter betrokken was bij de aanleg van spoorwegen in Nederlands-Indië leerde Henri ook indirect het mijnbedrijf kennen. Henri Sarolea had geen diploma van een hogere opleiding. Hij was een selfmade man, geschoold in de praktijk.

Op Sumatra hielp Henri Sarolea bij de voorbereidingen voor de Ombilinspoorlijn. Een project onder leiding van ir. J.L. Cluyse­naer dat van groot belang was voor de afvoer van steenkool uit de Padangse Bovenlanden. Cluysenaer was destijds Nederlands belangrijkste spoorwegbouwer en leider van publiek-private projecten over bijna de hele wereld. Hij was ook de man die Sarolea naar Indië had gehaald. Na de werkzaamheden op Sumatra ging Henri werken voor de Staatsspoorwegen op Java. De koloniale spoorweg- en mijnbouw was een kweekvijver van ingenieurs en technici die betrokken zouden worden bij het ontstaan van nieuwe Limburgse steenkolenmijnen.

Henri Sarolea kende Heerlen door de Heerlense familie Alsdorf. De oversteek naar Batavia in 1873 had hij gemaakt in gezelschap van Jan Alsdorf die opzichter was bij Rijkswaterstaat. Terug in Heerlen werkte Sarolea in 1887 een plan uit dat beoogde de zuidoosthoek van Limburg verder te ontsluiten met een spoorwegverbinding. De spoorwegconcessie daarvoor werd in 1889 verleend onder de naam Nederlandsche Zuider-Spoorwegmaatschappij. De maatschappij koos toen voor een ‘lokaalspoorweg’, een spoorlijn met een normale spoorbreedte maar waarbij de maximaal toegestane asbelasting beperkt is. Daardoor konden heel goederenwagons er niet van gebruik maken. Later is de lokaalspoorweg veranderd in een ‘normale’ spoorweg die ook geschikt is voor zware transporten. Inmiddels stond Sarolea ook al sinds 1893 mede aan de wieg van de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Limburgsche Steenkolenmijnen. Voor deze maatschappij verwierf hij dat jaar ook de mijnconcessie ‘Oranje-Nassau’. Een concessie die in vergelijk met eerder uitgegeven concessies een uitzonderlijk grote omvang had.

De belangrijkste particuliere aandeelhouders in de Zuider-Spoorwegmaatschappij waren de Duitse steenkoolmijnexploitanten Carl en Friedrich Honigmann. Zij hadden een belang bij de mogelijkheid om over het nieuwe spoor steenkool te exporteren naar Nederland. Financiering van de 27 kilometer lange Zuider-Spoorweg was niet gemakkelijk. Den Haag weigerde subsidie te geven. De gemeente Heerlen gaf volledige samenwerking maar voor de Provincie Limburg en overige Zuid-Limburgse gemeenten was dat minder het geval. Gelukkig kreeg Sarolea hulp van Cluysenaer die, inmiddels directeur-generaal van de ‘Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen’, ervoor zorgde dat de spoorwegmaatschappij garant ging staan voor driekwart van het benodigde kapitaal van 1,2 miljoen gulden. Als tegenprestatie verlangde de maatschappij wel dat zij de lijn gingen exploiteren. Daarmee kon de aanleg in 1893 beginnen en kwam de spoorwegverbinding gereed op 30 april 1896.

Nu er een oplossing was gekomen voor het vervoersprobleem van steenkolen werd ook grootschalige ontginning mogelijk. Waarschijnlijk heeft Sarolea contact gezocht met de gebroeders Honigmann voor steun van zijn plannen om de Limburgse steenkolen te ontginnen. We mogen vermoeden dat hem dat niet veel moeite heeft gekost. Afkomstig uit een geslacht van Saksische ertsmijnbouwers waren de gebroeders bedreven in het ontwikkelen en ten gelde maken van mijnbouwprojecten. De mannen waren net zoals Sarolea initiatiefrijke ondernemers die in beginsel niet voor iets nieuws terugschrokken. Alledrie hadden ze grote technische kunde en inzicht in commerciële mogelijkheden. Het was dit ondernemerschap dat het agrarische Zuid-Limburg veranderde in een ‘moderne’ industriële maatschappij.

Henri Sarolea overleed te Heerlen op 12 september 1900 op 56-jarige leeftijd aan een hartstilstand. De Lim­burger Koerier schreef toen: “Ongetwijfeld zullen allen, die den heer Sarolea kenden, de overtuiging hebben, dat hij een man was van meer dan gewone energie en werkkracht”. Ter ere van Sarolea is in Heerlen een van de belangrijkste winkelstraten vernoemd naar Henri Sarolea. De Saroleastraat (of Sarool) voert vanaf het station naar het winkelhart van Heerlen.

Grafsteen Henri Sarolea

De stichting HEERLYCKheyt Schaesberg zal de komende 1,25 jaar aandacht schenken aan het 125 jarig bestaan van deze zeer belangrijke spoorlijn in het verleden, in het heden en in de toekomst. https://www.heerlyckheytschaesberg.nl/

Foto ON: Wikipedia Commons

Foto grafsteen Henri Sarolea: Wikipedia Commons